Verjaardagen in Nederland heb ik vaak ervaren als: in een kring zitten. Je neemt plaats, krijgt koffie en taart om 16.00 uur, en dan begint het gesprek – meestal met nieuwe mensen. En meestal over werk. Want dát is hoe je in Nederland wordt geplaatst, heb ik gemerkt. Wat je doet, waar je woont, hoe je het geregeld hebt. Heel herkenbaar. En vaak ook een tikje vermoeiend. Sinds ik in Spanje woon, vier ik verjaardagen anders. Geen kring. Geen planning. Totale chaos. Maar oh wat gezellig!
De Spaanse versie? Die begint met een WhatsApp-groep vol 300 berichten over wie wat meeneemt, of er een tent is, en waar we precies op het strand zitten.
In mijn hoofd dacht ik: “Zeg nou gewoon: ik ben daar vanaf 14:00, zie maar.”
Ik arriveerde strategisch iets later – om 16:00 dus – waarop de jarige vriendin zelf pas net aankwam. Taart? Niet geregeld. Ze verdween een uur om die alsnog op te halen, haar kind achterlatend bij de groep, iets wat hier volkomen normaal lijkt maar ik toch nog even moest verwerken.
Intussen streken wij neer op een lappendeken van handdoeken en strandlakens. Tussen koelboxen vol koude rijst, knisperende chips, plakkerige meloen en cava in plastic bekers. Samba en salsa klonken zacht uit een speaker. Iedereen in bikini. Kinderen in en uit het water, volwassenen op blote voeten, lachend, delend.
En toen de zon onderging en de taart uiteindelijk arriveerde, dacht ik: ja, dit is dus óók Spanje.
Niet het Spanje van de folder, maar het echte Spanje. Van spontane ontmoetingen, collectief georganiseerde chaos, en magische momenten die je niet plant.
Een verjaardag onder de sterren
Deze zomer had ik er ineens twee.
De ene was van Rose – een vriendin uit Peru die in New York is opgegroeid, met een hart van goud en een voorliefde voor grote potten eten.
Ze zette een tentje op aan zee. We spreidden handdoeken uit, groetten elkaar in drie talen, en deelden eten alsof we familie waren.
Iemand had taa
rt mee (om 19.00 uur, want wie houdt zich hier aan theetijd?), een ander cava, iemand anders nog wat zelfgemaakte empanada’s. De kinderen bouwden zandkastelen. De ouders zongen. Niemand vroeg wat je doet voor werk.
De tweede verjaardag was van Rubi, een Braziliaanse vriendin. Zelfde recept, maar dan met samba. Letterlijk.
Na het eten schoof iemand een speaker in het zand. Samba, salsa, bachata.
Ik dacht dat ik verlegen zou zijn. Maar daar stond ik, heupwiegend onder de sterrenhemel, op blote voeten met nat zout in m’n haar.
En het mooiste? Niemand keek ervan op.
Van gesprekken over werk naar gesprekken over… alles
Op een Nederlands feestje praat je over je baan, je huis, je hypotheekrente.
Een week eerder stond ik op het strand te kletsen met Rose en een meisje uit Iran, terwijl USA (waar Rose vandaan komt) en Iran (waar dat meisje vandaan komt) elkaar op dat moment bijna de oorlog verklaarden.
Maar wij stonden daar. In de zon. IJsje in de hand. Te praten over muziek, moederschap, en of we die man met dat surfboard al eerder hadden gezien.
Je ontmoet hier de wereld aan zee.
En dat is óók Spanje. Niet alleen een ander klimaat, maar een andere manier van leven.
Niet alleen inschrijven bij de gemeente of een NIE-nummer aanvragen – maar ineens uitgenodigd worden op een feestje van mensen die je een maand geleden nog niet kende.
Je danst. Je lacht. Je ruimt samen op. Iedereen neemt iets te eten mee – los van het cadeau. En niemand houdt bij hoe laat het is.
Een nieuw soort sociaal leven
In Spanje leerde ik een andere manier van vieren.
Geen strak schema, geen opgepoetst huis, geen stress. Gewoon mensen, zon, muziek en zee.
Verjaardagen zijn hier geen evenement, maar een uiting van samen zijn.
En het mooie is: iedereen helpt. Met eten, met opruimen, met oppassen op elkaars kinderen.
Ik voel me minder ‘geplaatst’ en meer gewoon mezelf.
Niet eerst beoordeeld op mijn werk of woonplaats, maar op of ik lekker kan meedansen en een goede tortilla meebreng.
Oké, dat je in bikini verjaardagen viert is wel… even schakelen.
Maar eerlijk? Ik ben hierdoor ook weer wat vaker in de sportschool te vinden.
En dat is dan weer goed voor de algehele gezondheid. Toch?
En die vrienden dan?
Die vind je natuurlijk niet op dag één.
Net als bij elke verhuizing, elke nieuwe fase in je leven: het kost tijd.
Maar als je jezelf een beetje openstelt, nieuwsgierig blijft, en af en toe gewoon “ja” zegt op een uitnodiging, dan komt het meestal vanzelf.
In mijn cursus geef ik je daar trouwens allerlei tips over – maar mijn grootste advies?
Begin op tijd met de taal. Spaans, of Catalaans (waar ik me nu dapper aan waag).
Want hoe meer je begrijpt, hoe meer deuren er opengaan. En hoe makkelijker je contact maakt — of het nou in een bar, een buurthuis of op het strand is.
En goed nieuws: je hoeft het niet allemaal in je eentje te doen.
Er zijn hier zóveel internationals. Je kunt dus ook gewoon vrolijk in het Engels starten.
Emigranten zorgen voor elkaar. Ze begrijpen hoe het voelt.
Misschien ken je elkaar pas net, maar het voelt vaak al snel als familie.
Niet iedereen gaat tenslotte “naar huis” met kerst, snap je?
Dus. Geen kring. Geen gesprek over je hypotheek.
Maar een bord paella op schoot, zand aan je voeten, en iemand die vraagt of je meedanst.
Welkom in Spanje. 💃🏼🌊✨